In naam van God, de Barmhartige, de Genadevolle  

                      

Een paar hoofdzonden in de islam zijn:

  1. Iemand naast de Enige Almachtige God aanbidden of goddelijke kenmerken toeschrijven aan anderen dan God. (Shirk) (vers uit de Koran)
  2. Moord plegen (Koran 25: 68)
  3. Tovenarij (zwarte magie) praktiseren (2: 102).
  4. Het gebed (salaat) niet verrichten (19: 59).
  5. De armenbelasting (zakaat) niet betalen (3: 180)
  6. Het breken van het vasten zonder geldige reden tijdens de maand van de ramadan.
    De Profeet (vzmh) zei: ‘De islam bestaat uit vijf zuilen: er is geen god behalve Allah en Mohammed is Zijn boodschapper, het gebed (salaat) verrichten, de armenbelasting (zakaat) betalen, de bedevaart maken en de maand ramadan vasten. (Sahih al-Jami`  2837)
  7. De bedevaart niet verrichten wanneer men hiertoe in staat is (zie de vermelde overlevering boven). 
  8. Ongehoorzaam zijn aan de ouders (17: 23). 
  9. Familiebanden verbreken (47: 22). 
  10. Overspel en buitenechtelijke relaties hebben (17: 30) 
  11. Het praktiseren van homoseksualiteit:
    De Profeet (vrede zij met hem) zei: ‘God kijkt niet graag naar een persoon die sodomie met een man of een vrouw pleegt (Sahih al-Jami` 7678). 
  12. Het aannemen of betalen van woeker (rente) (2: 275).
  13. Het verteren van het bezit van een wees (4: 10).
  14. Leugens verzinnen over God of het vervalsen van hadith (overleveringen van de Profeet vzmh) (39: 60).
  15. Vluchten van het strijdtoneel (8: 16).
  16. Onrecht, bedrog en onderdrukking van de kant van de heerser (42: 42).
  17. Zich arrogant, opschepperig en ijdel gedragen (16: 23).
  18. Een valse getuigenis afleggen (25: 72). 
  19. Het drinken van alcohol en bedwelmende middelen gebruiken (5: 90).
  20. Gokken (5: 90). 
  21. Het belasteren van onschuldige vrouwen (24: 23).
  22. Iets toe-eigenen van de buit wat jou niet toebehoort (3: 161)
  23. Stelen (5: 38).
  24. Mensen onderweg overvallen (5: 33). 
  25. Een valse eed afleggen.
    De Profeet (vrede zij met hem) zei; ‘Als iemand wordt bevolen een eed af te leggen en hij legt vervolgens een valse eed af opdat hij het eigendom van een moslim in zijn bezit krijgt, zal hij Gods toorn oproepen wanneer hij God ontmoet’                                (Sahih al-Jami`  6083). 
  26. Onderdrukking of afpersing plegen.
  27. Onwettige belastingen heffen.
    De Profeet zei: “Weet je wie bankroet is? Bankroet van mijn geloofsgemeenschap is degene die op de Dag des Oordeels verschijnt terwijl hij de gebeden verricht heeft, gevast heeft, de armenbelasting heeft betaald, maar tegelijkertijd hij die persoon misbruikt heeft, die persoon belasterd heeft, ten onrechte iemands bezit afgepakt en iemands bloed heeft vergoten. Deze mensen, die onrecht zijn aangedaan, zullen van zijn goede daden nemen. Als zijn goede daden hierbij op raken, dan zal hem van hun zonden gegeven worden en dan zal hij in het hellevuur worden geworpen”                (Sahih al-Jami` 87).
  28. Het consumeren van verboden rijkdom of het aannemen ervan in welke vorm dan ook (2: 188).
  29. Het plegen van zelfmoord (4: 29).
  30. Een onophoudelijke leugenaar zijn (3: 61). 
  31. Het regeren met andere regels dan die van de islam (5: 44). 
  32. Je bezighouden met omkoping (2: 188). 
  33. Vrouwen die zich kleden als mannen en andersom.
    De Profeet, vzmh, zei: “Gods vloek rust op vrouwen die zich kleden als mannen en op mannen die zich kleden als vrouwen” (Sahih al-Jami`  4976). 
  34. Een “dayyuth” zijn. 
    Dayyuth: Iemand die het goedkeurt dat de vrouwen van zijn groep zich oneerbaar gedragen en die zonder jaloezie is en zich gedraagt als een pooier die oneerzaamheid tussen de mensen vergemakkelijkt. De Profeet zei, vzmh, God heeft het Paradijs voor drie mensen ontoegankelijk gemaakt: de alcoholist, de weggelopen slaaf (vroeger) en degene die zelfvoldaan is over de slechte daden die zijn familie aan het begaan is” (Sahih al-Jami`  3047) 
  35. Trouwen met als doel de vrouw voor een ander legaal te maken.
  36. Je niet reinigen na het urineren. 
    Ibn Abbas berichtte dat de Profeet, vzmh, een graf passeerde en zei: “Deze twee worden gestraft. Ze worden niet voor iets groots gestraft en toch is het een grote zonde. Een van hen beide reinigde zich niet nadat hij geürineerd had en de andere hield zich bezig met het verspreiden van roddels” (Sahih al-Jami`  2436). 
  37. Handelen voor het uiterlijke vertoon (107: 4-6). 
  38. Het vergaren van kennis uitsluitend om er financieel beter op te worden of het verbergen van kennis (2: 160). 
  39. Woordbreuk (8:27). 
  40. Mensen aan hun vriendelijkheid herinneren (slijmen) (2: 27). 
  41. Het ontkennen van de voorbeschikking (54: 49). 
    “Als God de bewoners van de hemelen en de aarde zou moeten bestraffen, dan zou hij ze straffen en hij zou ze geen onrecht aandoen. Als hij genade met ze zou moeten hebben, dan zou Zijn genade groter zijn dan die van hun daden. Als iemand een hoeveelheid goud had zo groot als berg Uhud of gelijk aan berg Uhud en het uitgaf op het pad van God, dan zou dit pas van hem geaccepteerd worden door God totdat hij zou geloven in de voorbeschikking van goed en kwaad en totdat hij zou weten dat wat hem overkwam hem niet zou missen en wat hem miste hem niet zou overkomen. Indien je zou sterven met wat voor geloof anders dan dat, dan zou je het hellevuur binnengaan” (Kitab al-Sunnah door Ibn Abu Asi  245. Albani zegt dat de keten ervan sahih (betrouwbaar) is). 
  42. Het afluisteren van privé-gesprekken van derden (49:12). 
  43. Het verspreiden van schadelijke verhalen (54:10). 
  44. Anderen vervloeken.
    De Profeet, vzmh, zei: “Het misbruiken van een moslim is slecht en het bevechten van hem staat gelijk aan ongeloof” (Sahih al-Jami  3598)
  45. Het niet nakomen van beloften.
  46. Geloof hechten aan wat voorspellers en astrologen beweren. De Profeet, vzmh, zei: 
    “Van een ieder die naar toekomstvoorspellers gaat en hen naar iets zal informeren, zal het gebed voor veertig dagen niet geaccepteerd zijn” (Sahih al-Jami`  5816). 
  47. Een vrouw die rebelleert tegen haar echtgenoot (4: 34). 
  48. Het zichzelf slaan, jammeren, de eigen kleren kapot scheuren, de haren uittrekken en soortgelijke daden als vorm van rouwen. 
    De Profeet,vzmh, zei: “Degene die zich op de wangen slaat of zijn kleren verscheurt en schreeuwt op de manier uit de pre-islamitische cultuur is niet een van ons”         (Sahih al-Jami  5713). 
  49. Misbruik maken van de zwakkeren, de slaven, vrouwen of dieren. De Profeet, vzmh, zei: 
    “God zal hen martelen die in deze wereld mensen martelen” (Moslim). 
  50. Buren kwaad doen. 
    De Profeet, vzmh, zei: “Een persoon wiens buur niet veilig is voor zijn onheil zal het Paradijs niet binnen gaan”(Sahih al-Jami`  7002). 
  51. Het kwaad doen en misbruiken van moslims (onder elkaar) (33: 58). 
  52. Het kwaad doen van de dienaren van God. De Profeet, vzmh, zei dat God zei: “Een ieder die vijandschap toont aan een dienaar van Mij zal in oorlog met Mij zijn”        (Sahih al-Jami`  1778). 
  53. Mannen die zijde en goud dragen.
    De Profeet, vzmh, zei: “Goud en zijde zijn toegestaan voor de vrouwen van mijn natie en verboden voor de mannen ervan” (Sahih al-Jami`  209). 
    De Profeet, vzmh, zei ook: “Mannen die zijde dragen in deze wereld zullen geen deel hebben aan [de hemelen] in het Hiernamaals” (Moslim).
  54. Het offeren van dieren aan anderen dan God.
    De Profeet, vzmh, zei: “Degene die offert voor anderen dan God is door God vervloekt” (Sahih al-Jami`  4988). 
  55. Het beweren dat iemand iemands vader is, terwijl de beweerder weet dat dit niet waar is. De Profeet, vzmh, zei:
    “Degene die beweert dat iemand zijn vader is en weet dat dit niet het geval is, zal worden verboden het Paradijs binnen te gaan”(Sahih al-Jami`  5865). 
  56. Discussiëren en ruziën voor de show en niet om achter de waarheid te komen. 
    De Profeet, vzmh, zei: “Een ieder die ruziet om voor onjuistheden op te komen, terwijl hij dit weet, op hem zal Gods toorn rusten totdat hij ermee ophoudt”                      (Sahih al-Jami`  6073). 
  57. Als handelaar met de weegschaal knoeien (83: 1-3). 
  58. Te denken dat men aan Gods wil kan ontsnappen (7: 99). 
  59. Het eten van kadavers, bloed en varkensvlees (6:145).
  60. Het continue afwezig zijn bij het vrijdaggebed en de gemeenschappelijke gebeden zonder enig geldig excuus.
    De Profeet (vzmh) zei: “Als de mensen niet stoppen met het verlaten van de vrijdaggebeden, dan zal God hun harten verzegelen en dan zullen ze onwetend worden.” (Moslim) 
  61. Anderen schade toebrengen door het manipuleren van iemands nalatenschap              (4: 12) 
  62. Bedrog en oplichterij (35: 43) 
  63. Mensen bespioneren en hun geheimen openbaar maken (68:11). 
  64. Het misbruiken of smaden van een van de gezellen van de Profeet (vzmh)
    De Profeet (vzmh) zei: “Smaad mijn metgezellen niet want, bij de Ene in wiens handen mijn ziel berust, als je voor liefdadigheid een berg van goud gelijk aan die van berg Uhud uit zou geven, dan zou het niet gelijk zijn aan een handje vol of de helft ervan van wat zij (metgezellen) aan daden verricht hebben.” (Sahih al-Jami`  7187)
Advertenties