De raadkamer van Antwerpen heeft Dyab Abou Jahjah, Ahmed Azzuz en Youssef Rahimi verwezen naar de correctionele rechtbank voor hun rol bij de rellen in Borgerhout in november 2002. Zij zijn de kopstukken van de Arabisch Europese Liga (AEL), die volgens de raadkamer geen privé-militie is.

De aanleiding voor de rellen was de moord op Mohammed Achrak (27), die bekend stond als een drijvende kracht van de Marokkaanse gemeenschap. Hij werd op 26 november 2002 doodgeschoten door zijn 66-jarige overbuur, die met zware psychische problemen kampte. De dader werd minuten na de schietpartij ingerekend. De AEL had het over ,,een racistische moord'', maar uit onderzoek is gebleken dat de dader geen problemen had met zijn allochtone buren. De raadkamer beval wat later zijn internering.

Na de moord dreigde AEL-leider Abou Jahjah met betogingen met ,,minstens 10.000 deelnemers''. Het was een stuk minder, maar toch trokken enkele honderden jonge allochtonen de straat op en vernielden auto's en winkels. De politie kreeg het geweld maar moeilijk onder controle. Volgens Jahjah wilden de jongeren niet meer dan een ,,vreedzame gedenkwake'' houden en ontstonden de rellen pas na provocatie door de politie. Zijn eigen rol zag hij als de man die de gemoederen probeerde te kalmeren.

Eerder al had de AEL ,,moslimpatrouilles'' gevormd, die ook in november 2002 door Borgerhout trokken. Ze waren gericht tegen agenten die allochtone jongeren op een racistische manier zouden controleren of oppakken. De AEL-'controleurs' waren steevast gekleed in zwarte leren jekkers, wat kan overkomen als een uniform.

Camera

Maar de rechter zag gisteren in de oprichting en de werking van de AEL geen inbreuk tegen de wet van 1934 op de privé-milities. In de statuten staat niks over geweld en de gestructureerde organisatie of het openbaar optreden in groep volstaan niet om als een politiemacht of leger te worden beschouwd. De zwarte kledij van de ,,controleurs'' kan niet als een militair uniform beschouwd worden, en het enige wapen dat ze hanteerden was de camera waarmee het optreden van de echte politie werd vastgelegd. De bedoeling was de leden te kunnen wijzen op hun rechten bij politiegeweld. (JHA)