Waarom hebben leerlingen met migrantenouders slechtere schoolresultaten dan autochtone leerlingen?

Volgens de Oproep voor een Democratische School (OVDS) heeft het eerder te maken met de grote sociaal-economische verschillen dan met een niet-geslaagde integratie.

Eerste plaats De OVDS, een organisatie die pleit voor een democratisering van ons onderwijs, reageert zo op het rapport "Where immigrant students succeed – a comparative review of performance and engagement in PISA 2003" dat de OESO op 15 mei publiceerde.

De OESO peilde naar de kennis en vaardigheden van vijftienjarigen op het vlak van wiskunde, leesvaardigheid en wetenschappen. Daarbij werd de invloed van de migratieachtergrond onder de loep genomen.

De cijfers toonden aan dat het Vlaamse onderwijssysteem erin slaagt veel autochtone leerlingen naar de eerste plaats voor wiskunde te brengen.

Maar het slaagt er niet in de tweede generatieleerlingen -leerlingen die in Vlaanderen geboren zijn, maar wier ouders elders werden geboren- verder te brengen dan de voorlaatste plaats. Volgens het rapport spelen de thuistaal en socio-economische achtergrond een grote rol.

Latere selectie De OVDS deed zelf een wetenschappelijke analyse van de gegevens en vergeleek de resultaten van allochtonen en autochtonen met een gelijke scoiaal-economische status. Uit die resultaten blijkt dat niet de afkomst van leerlingen het belangrijkst is, maar hun socio-economische positie.

De OVDS pleit onder meer voor minder vroege selectie in het onderwijs, betere omkadering en een betere sociale mix in scholen.

Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke noemde de resultaten van het OESO-rapport eerder moreel onaanvaardbaar.

Een van zijn voorstellen is meer allochtone kinderen op jongere leeftijd in het kleuteronderwijs te brengen en de kleuterklassen kleiner te maken.