Het is van groot belang dat wij in Ramadan tijd besteden om stil te staan
bij de wijsheden en lessen die we kunnen trekken uit deze maand van vasten.

Helaas zijn veel moslims vandaag de dag zoals een metgezel van de Profeet
(vrede zij met hem) beschreef toen hij zei. “Laat het niet zo zijn dat de
dag dat je vast en de dag dat je niet vast gelijk zijn.” Dat wil zeggen, dat
het gedrag, de houding en hoe wij in de wereld staan hetzelfde is ongeacht
of we vasten of niet; dus dat het vasten geen invloed heeft op ons. Dit is
de reden waarom wij moeten leren van de volgende lessen.


Het vermeerderen van Taqwah

Allah heeft het vasten voorgeschreven voor het vermeerderen van Taqwah, Hij
zegt wat als volgt te vertalen is:

Het vasten is jullie voorgeschreven, zoals het degenen die voor jullie waren
was voorgeschreven, opdat jullie godsvrezend zullen zijn. (Soerat
al-Baqarah: 183)

Taqwah wordt vaak met godsvrees of godsvrucht vertaald, maar het is meer dan
dat. De Islamitische geleerden hebben het uitgelegd als: Het plaatsen van
een schild tussen jezelf en Allah’s Woede en Hellevuur. Wij dienen onszelf
dan ook bij het verbreken van het vasten af te vragen: “Heeft deze dag
ervoor gezorgd dat we Allah meer vrezen? Heeft het geleid tot meer motivatie
om onszelf van het Hellevuur te redden of niet?”
Het dichter komen tot Allah

Dit kan bereikt worden door het reciteren en het bestuderen (van de
betekenis) van de Koran gedurende de dagen en nachten van Ramadan, het
bijwonen van de Tarawieh-gebeden, het gedenken van Allah, het bijwonen van
bijeenkomsten ter vergaring van kennis, en voor diegene die hiertoe in staat
is; het verrichten van Oemrah. Ook is het sterk aangeraden voor wie hier de
mogelijkheden voor heeft om al-Itikaaf (het zich afzonderen in de moskee) te
verrichten tijdens de laatste tien nachten van Ramadan, om alle wereldse
doelen achterwege te laten en zijn gedachten puur en alleen op Allah te
richten, en om daarmee nader tot Allah te komen. Wanneer iemand zondigt,
voelt hij zich ver van Allah. Dit is wellicht de reden waarom iemand het
moeilijk zou kunnen vinden om de Koran te lezen en naar de moskee te komen.
Echter, een gehoorzame dienaar voelt zich dichter bij Allah en wil juist
Allah meer aanbidden.
Het verkrijgen van geduld en een sterke wil

Allah heeft geduld meer dan zeventig maal genoemd in de Heilige Koran en
draagt ons in Zijn Boek meer dan zestien maal op ons geduld te bewaren. Dus
als iemand vast en zijn eten en drinken opgeeft en wegblijft van alle
seksuele handelingen tijdens die bepaalde uren, dan leert die persoon om
zich in te houden en geduld te hebben. Deze gemeenschap heeft standvastige
mannen en vrouwen nodig met een sterke wil, die zich vasthouden aan het Boek
van Allah en de Soennah van de Profeet (vrede zij met hem), en niet wankelen
voor de vijanden van Allah. Wij hebben geen behoefte aan emotionele mensen,
die alleen maar hun stem verheffen met slogans en schreeuwen, maar zodra het
moment aanbreekt om stevig bij de Waarheid te staan beginnen te wankelen.
Het streven naar Ihsaan en het vermijden van Riyaa´

Ihsaan houdt in dat je Allah aanbidt alsof je Hem ziet, en al zou je Hem
niet zien dan weet je dat Hij alles (dus ook jou) ziet. Al-Hasan al-Basri
zei: “Bij Allah, ik heb in de laatste twintig jaar geen woord gezegd, iets
met mijn handen gepakt of mijzelf voorgenomen om iets te pakken of een stap
voorwaarts danwel achterwaarts gezet of enige andere actie ondernomen
voordat ik mij bedacht: ,,Zou Allah deze daad liefhebben? Zal hij tevreden
zijn met deze actie?” Dus als men aan het vasten is hoort men zichzelf deze
vraag te stellen en hoort men Riyaa’ (uitsloverij) te voorkomen. Allah zegt
in een hadieth Qoedsie: “Alle daden van de zoon van Adam (de mens) zijn voor
hem, behalve het vasten, dat is voor Mij en Ik geef er beloning voor…”
(al-Boechari)

Allah zondert hier het vasten uit van alle andere vormen van aanbidding,
door te zeggen ‘behalve het vasten, dat is voor Mij’, omdat niemand zeker
kan weten of iemand vast of niet, behalve Allah. Dit in tegenstelling tot
bijvoorbeeld iemand die het gebed verricht of een aalmoes weggeeft of de
Tawaaf (de ronggang om de Kacbah) verricht, voor eenieder zijn deze daden
van aanbidding immers zichtbaar. Een persoon zou deze daden kunnen
verrichten om indruk te maken op de mensen om hiermee bijvoorbeeld in
aanzien bij hun te stijgen. Soefyaan ath-Thawrie bracht vele dagen en
nachten door in tranen waarna de mensen hem vroegen: “Waarom huil je, is dit
vanwege jouw angst voor Allah?” “Nee”, zei hij, waarna ze hem vroegen: “Is
dit dan vanwege jouw angst voor het Hellevuur?” Hij zei: ‘Nee. Het is niet
de angst voor het Hellevuur dat mij doet huilen. Wat mij doet huilen is dat
ik al die jaren Allah heb aanbeden, lessen heb gegeven en ik niet zeker weet
of mijn intenties puur en alleen voor Allah waren.”
Het verbeteren van ons gedrag

De Profeet (vrede zij met hem) heeft gezegd: “Wie leugens en vulgaire taal
en het handelen ernaar niet laat, hoeft van Allah ook zijn eten en drinken
niet te laten.” (al-Boechari)

Wat wij hiervan leren, is dat wij aandacht moeten schenken aan het
verbeteren van ons gedrag. De Profeet (vrede zij met hem) zei: “Ik ben
(slechts) gestuurd om de goede manieren te vervolmaken” (Maalik)

We moeten dus eens goed naar onszelf kijken. Volgen we wel het voorbeeld van
onze geliefde Profeet (vrede zij met hem) wat betreft ons gedrag? Geven wij
bijvoorbeeld wel salaam (de vredesgroet) aan zowel onbekende als bekende
moslims? Volgen wij wel de gedragscode van de Islam, door de waarheid, en
alleen de waarheid te spreken? Zijn we oprecht? Zijn we genadig tegenover de
Schepping van Allah, geprezen en verheven is Hij?
Het erkennen dat je positief kunt veranderen

De Profeet (vrede en zegeningen zijn met hem) zei: “Iedere zoon van Adam
maakt fouten en de beste van degenen die fouten maken zijn zij die berouw
tonen.” (Ibn Maadjah)

Allah geeft ons vele mogelijkheden om berouw te tonen tegenover Hem en om
Zijn vergiffenis te zoeken. Wij dienen hier dan ook ten volste gebruik van
te maken.
Het vermeerderen van vrijgevigheid

Ibn Abbas overlevert dat de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) de
meest vrijgevige persoon was, en dat hij het meest vrijgevig was in Ramadan
omdat Djibriel elke nacht bij hem kwam en (dan) de Koran met hem herhaalde.
(al-Boechari)

De Profeet (moge Allah’s vrede en zegeningen met hem zijn) heeft ook gezegd:
“Hij die eten geeft aan een vastende om zijn vasten te verbreken, zal
dezelfde beloning ontvangen als hem (de vastende), zonder dat er iets wordt
vermindert van de (beloning van de) vastende.” (at-Tirmidhi)