Abu Hurairah heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allah (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) zei: “De Ramadan is tot jullie gekomen; een gezegende maand. Allah heeft het vasten ervan voor jullie verplicht gesteld. Gedurende (de Ramadan) zijn de poorten van de hemel geopend, de poorten van het Hellevuur gesloten en de duivels geketend. Eén nacht ervan, die beter is dan duizend maanden, behoort aan Allah toe. Degene die van het goede (van deze maand) weerhouden wordt, is waarlijk beroofd (van het goede).” (overgeleverd door Ahmad en An-Nasa’i)