Als iemand zelfbewondering voelt na iets goeds te hebben gedaan of vreest dat hij zou kunnen pronken, dan moet hij dat afweren en weerstaan door er toevlucht voor te zoeken bij Allah en te zeggen:

Allahumma inni a’oedhu bika an ushrika bika wa ana a’lam, wa’staghfiruka lima laa a’lam

“O Allah, ik zoek toevlucht bij U voor het bewust toekennen van deelgenoten aan U en ik zoek Uw vergeving voor dat waar ik mij niet bewust van ben,”

zoals is overgeleverd van de Profeet (sallAllahu ‘alayhi wa salaam).Dit soort gevoelens overkomt iedereen maar je moet proberen om oprecht te zijn tegenover Allah, Zijn vergeving na te streven en te onthouden dat er geen kracht en geen macht is behalve bij Allah; als de hulp van Allah er niet geweest was, zou je niet in staat zijn geweest om deze goede daad te verrichten, dus komt alle lof aan Allah toe, in het begin en aan het eind

De Profeet (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) zei tegen Mu’aadh ibn Jabal: “O Mu’aadh, bij Allah, ik houd echt van jou en ik adviseer jou, O Mu’aadh, vergeet niet om aan het eind van elk gebed te zeggen:

Allahumma a’inni ‘ala dhikrika wa shukrika wa husni ‘ibaaditika

‘O Allah, help me om U te gedenken, U te bedanken en U te aanbidden op de beste wijze.’” (Overgeleverd door Ahmad, Abu Dawoed, al-Nasaa’i en anderen; het is sahih).

Onthoud je niet van het verrichten van goede daden uit vrees voor pronken want dit is één van de trucs die de Shaytaan gebruikt om de vastberadenheid van de mensen te verzwakken en hen weg te houden van het verrichten van daden waar Allah van houdt en waar Hij tevreden mee is.Enkel het gevoel van blijheid omdat men een goede daad verricht heeft, is niet in strijd met oprechtheid en geloof, want Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“Zeg (O Mohammed): ‘Met de Gunst van Allah en Zijn Barmhartigheid, laten zij zich dan daarmee verheugen. Hij (de Gunst) is beter dan wat zij verzamelen.’” [Yunus 10:58]  

Dit betekent: als hij leiding, geloof en goede daden verkrijgt en de Barmhartigheid die daar het gevolg van is hem overweldigt en hij daardoor blijdschap en succes voelt. Allah heeft ons dus opgedragen om ons over dergelijke zaken te verheugen.De Profeet (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) heeft gezegd:

“Als je goede daden je gelukkig maken en je slechte daden je verdrietig maken, dan ben je een gelovige.” (Overgeleverd door Ahmad, Ibn Maajah en anderen van de hadith van Abu Umaamah en het is een sahih hadith).

Wanneer mensen jou prijzen voor jouw goede daad, dan is dit ook een gedeelte van de blije tijdingen van het Hiernamaals, die Allah in deze wereld aan iemand schenkt.

Aan de Boodschapper van Allah (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) werd gevraagd: “Wat vind je ervan wanneer een man een goede daad verricht en de mensen hem ervoor prijzen?” Hij zei: “Dat is een gedeelte van de blijde tijdingen voor de gelovige die hij in deze wereld ontvangt.” (Overgeleverd door Muslim van de hadith van Abu Hurayrah radiAllahu ‘anhu).

Dit prijzen is dus een teken dat Allah tevreden met hem is en van hem houdt en daarom maakt Hij hem geliefd bij andere mensen.

We vragen Allah om onze intenties en daden oprecht te maken.